Jeffrey Kajakt

Per kajak door Nederland..

Op zwerftocht door (Noord-) Nederland

Bij dit artikel heb ik ook mijn paklijst gepubliceerd. Je kunt hem vinden door hier te klikken. Alleen benieuwd naar de route? Onderaan deze pagina vind je een kaartje van de route inclusief mijn kampeerplekken.

Een jaar terug kreeg ik het idee om door Nederland heen te kajakken. Mijn vader werd in die zomer ziek en ook liep ik wat uit met colleges… al snel was er geen ruimte meer over voor avonturen. Dit jaar leek betere papieren te hebben! Ik mikte op een begin van de tocht in de eerste week van Juli. Dit zou mij bijna 4 weken aan vaartijd gunnen.

Een goed doel?

Ik wilde tijdens mijn tocht ook de aandacht vestigen op het plastic waste probleem. Niet ver van huis als de plastic soup, en niet onpraktisch als plastic verzamelen tijdens de rit (ik zou vrij snel helemaal geen ruimte meer hebben) maar eerder door te documenteren wat ik tegenkom, eventueel te bloggen, en door contact op te nemen met organisaties. Ik kon door de drukte er niet echt een zinvolle invulling aan geven. Ik had meer tijd moeten nemen en contact moeten zoeken met gevestigde organisaties zoals NL schoon en het Watersportverbond. Toch hoop ik hier in de toekomst meer mee te kunnen doen.

Op een plek waar geen machine zomaar komen vaart een kajakker met gemak. Soms kom ik in dit soort plekken rotzooi tegen die daar dus vrijwel voor eeuwig gaat liggen, omdat niemand het op gaat ruimen.

Route

De route hing sterk af van of ik een lift met mijn boot kon krijgen en hoe vroeg ik vrij kon zijn. Als startpunt zat ik te kijken naar Arnhem (voordeel: veel stroming en meer afstand in de eerste dagen!) of ergens in Groningen. Uiteindelijk kon ik beginnen bij molen de Juffer in Gasselternijveen in Drenthe. Dit na het zien van een filmpje van Casper Reininga (http://www.kanoweb.nl/nederland/drenthe/kanovaren-een-natuurbeleving-op-de-hunze/) die min of meer de “kanoboswachter” is van het gebied. Ook was het fijn dat het op korte afstand ligt van waar ik opgegroeid ben.

Vanaf Groningen zou ik dan doorvaren richting het Bergumermeer of Zoutkamp, een rondje door Friesland maken, een stuk over het IJsselmeer overwegen of via Overijssel naar de Randmeren varen. Het doel zou dan zijn om via Amsterdam, Leiden en Rotterdam de Bieschbosch te bereiken en terug te varen via de Neder-Rijn en de IJssel. Globaal maak ik dan een soort van achtje door Nederland. Zeker als ik mij daarna aan zou sluiten bij het Zeekamp in Anna-Paulowna (Den Helder).

Maar goed, eerst die eerste etappe maar…

Die zou namelijk inhouden dat ik de hele Hunze zou moeten afvaren om bij het Zuidlaardermeer te komen. Dit zou wat avontuur toevoegen aan mijn verhaal: waar we met de club vanaf Spijkerboor varen met wordt er weinig gevaren vanaf Borger en omgeving. Het water is niet begaanbaar voor recreatiebootjes. Het grootste probleem in dit stuk leek dan ook de geringe waterstand in de zomer… ook zou ik een onbekend aantal overdragingen moeten doen en had ik geen idee of er wel steigers of dergelijk beschikbaar zouden zijn.

Toch ging ik er voor en dacht dat het wel mee zou vallen op de Hunze.

Dag 1 – Varen op de Hunze

Om 10:00 op een vrijdagochtend ging ik te water bij molen de Juffer in Gasselternijveen. Een oude kade diende als kanosteiger en ik kon gemakkelijk met mijn volle boot het bruine water in.

Bij molen de Juffer

Het water hier komt van de velden af en heeft een donkerbruine kleur, maar de zware zeekajak ligt niet diep genoeg in het water dat ik me er druk over kan maken. Nadat mijn vriendin mij uitgezwaaid heeft zet ik koers in noordelijke richting. Het eerste stuk is vrij boomrijk en al snel zoemt het rond me met insecten.

Op de Hunze.

Na enkele kilometers kom ik bij het eerste serieuze obstakel. Een oude stuw houdt het water tegen en is te hoog om te beklimmen. De kades zijn hoog en overwoekerd. Ik kan op de stuw zelf klimmen en proberen die kajak van meer dan 50 kilo te laten zakken.. maar dan moet de boot de val van anderhalve meter ook overleven. En ik dan? Ik moet letterlijk op de stuwbalk staan om erover heen te komen.. wat als dat ding ineens zakt en een vloedgolf veroorzaakt? Wat als ik er onder kom?

De stuw die er maar beter niet kon zijn.

Gedesillusioneerd geef ik het na een half uur verkennen en proberen op, tot ik een stuk terug in het grasland een klein pad zie. Ik besluit hier mijn kajak zo goed als ik kan op te tillen en tot aan de sluis te slepen. Er lijken hier vaker mensen te zijn geweest die hebben overgedragen, maar het pad is dichtbegroeid en om aan de andere kant te komen moet ik de kano iets van een meter laten zakken in het water. Ik spring er achteraan en voer mijn re-entry uit vanaf het water.

Dat wordt overdragen.

Eenmaal in de kano ga ik verder. We zijn al ruim een uur verder sinds ik begon, en ik schat eigenlijknog geen twee kilometer te hebben gevaren.

Ik vaar een paar keer verkeerd in de dode armen van de Hunze en het schiet niet super op. Bij een mooi boomrijk stukje moet ik een bypass in waar ook – surprise – weinig water staat.

Deze meander is dan wel aangelegd door mensenhanden, maar dat maakt het niet minder mooi…

Het is er inderdaad wel mooi. Er zijn pootafdrukken van een paar beestjes waar ik eigenlijk naar zou moeten kijken. Het lijkt wel een beetje op de Overijsselse Dinkel. Ik volg het slingerriviertje tot ik een paar keer dwars door het riet moet beuken. Ik kan het bruine water van de Hunze niet meer zien voor de punt van de kano. Het krioelt hier van de spinnen en toch moet ik maar door, weer tussen de rietkragen en zo goed anticiperend op de diepe stukken als ik kan. Het lukt me uiteindelijk om los te komen uit het oerwoud.

…maar bij weinig water is het vrij moeilijk om er door heen te komen.

Een soort van weiland aan waterplanten. Gelukkig kan je er zonder veel moeite doorheen.

Niet veel bochten later is er een nieuw probleem. Als vistrap bedoeld, zijn er stenen neergelegd waardoor het water rustig doorkabbelt. Een zeekano komt er echter niet overheen, er is gewoon te weinig water.

Ja hallo, die boot is net nieuw!

Mijn resolutie is om hier uit te stappen, de kano erover te tillen, met veel krassen op de boot tot gevolg, en weer in te stappen in dieper water. Weer gebruik ik voornamelijk een re-entry vanaf het water, waarbij ik op het achterdek spring of kruip en zodoende weer in de boot klim.

Dit doe ik misschien wel een keer of 15. Uitstappen boven een vistrap, de boot overtillen, en er weer in stappen vanaf het water al dan niet door wat yoga. En het schiet niet op.

Een stuk verder staan er een aantal koeien in de Hunze. Er zijn hier doorwaadbare plaatsen aangelegd en de koeien maken er gretig gebruik van tijdens de warme dag. Ik probeer bij de eerste plek te wachten tot ze weg zijn, maar bij de tweede plek schrikken ze van me en gaat de hele kudde weg. Even knijp ik hem.. wat als er een stier rondloopt? Gelukkig blijkt het mee te vallen en tref ik geen oude koeien meer in de sloot.

Iets over koeien in de sloot!

Uiteindelijk beland ik bij de uitkijktoren Elzemaat. Ondertussen is het bijna 2 uur, wat er op duidt dat ik zo’n 4 uur heb gedaan over krap 12 kilometer.

De uitkijktoren bij Elzemaat

Vanaf hier is het water gelukkig breder. De muggen blijven wel aanwezig en redelijk wat dazen (paardenvliegen) doen zich tegoed aan mijn bloed. De insectenspray haalt vrij weinig uit en de beesten lijken geen hinder te ondervinden van de wind.

Na een tijdje volgt het dorpje Spijkerboor en al snel komt het Zuidlaardermeer in zicht. Er staat een  noordelijke wind, dus zijn er golfjes waar ik leuk gebruik van kan maken. Omdat al dat tillen toch best in de armen gaat zitten pauzeer ik eerst even terwijl wat windsurfers spelen op de golven.

Het Zuidlaardermeer

Daarna steek ik het meer recht tegen de wind in over. Bij de palingrokerij haal ik een broodje paling to-go en ik ga weer door. Mijn route gaat nu over het Drentse Diep en het Winschoterdiep, voor een kanoër uit Groningen bekend terrein.

De stad Groningen: het Gronings Museum.

In Groningen spreek ik nog even met mijn broertje die in Groningen woont, en die avond mag ik mijn tent opzetten bij de GKV.

Mijn kampeerplekje in Groningen.

Dag 2 – Groningen tot Zoutkamp

Na een dagje feest bij de GKV haak ik aan bij een tochtje door de grachten. Het is al wat later dan gepland en ik moet haastig vaarwel zeggen. Vanaf de stad wil ik in één ruk naar Zoutkamp varen… maar dan moet ik wel opschieten.

Toertochtje door de stad Groningen.

In de stad is iets vreemds aan de hand. Er staat stroming in het vlakke kanaal. Schijnbaar pompen ze water terug richting de stad in verband met de droogte. Ik schat dat het een stroming is van al snel 2 kilometer per uur, omdat het best sporen achter laat bij de palen in het water. Gelukkig ben ik al snel bij de sluis Dorkwerd en vraag ik een schutting aan. De sluiswachter vindt het wel grappig, zo’n bepakte kanoër. Voor het schutten moet toch een redelijk waterhoogteverschil bedwongen worden.

In de sluis bij Dorkwerd

Bij het verlaten van de sluis steek ik mijn duim op en zwaai ik even naar de camera. Geen idee of ze het zien, maar een kanotocht is al eenzaam genoeg en de sluiswachters houd ik graag te vriend.

Het Reitdiep

Nu ben ik op het Reitdiep, ook een bekende plek. Er zijn veel mensen die (te) hard varen maar na Garnwerd wordt het snel minder. De wind staat strak op noordelijk dus is het buffelen. Ik probeer een beetje onder de wal te varen omdat al die wind ten koste gaat van mijn snelheid.

Ik kom nu alleen maar bootjes in groepjes tegen. Het snelste schip eerst, een paar minuten later een slomer bootje en soms nog een of twee bootjes daarna. Ik begin te twijfelen… het lijkt erop dat er bij Elektra of bij Zoutkamp geschut moet worden want anders komen die boten niet in groepen. Zoutkamp lijkt me raar, maar zo goed ken ik het ook weer niet. Elektra heeft ook een oude sluis maar die staat altijd open, toch?

Na de zoveelste bocht doemt het gemaal De Waterwolf van Elektra op. Een enorm bouwsel van, zo lees ik later, bijna honderd jaar oud. Het bestaat uit een groot bassin om het water aan te zuigen en door het gebruik van rode baksteen valt het op in het ommelandse landschap. De poorten van de sluis echter…

De Waterwolf

Die zijn gesloten. Er staat een lichte stroming. Met wat moeite klim ik op de palen en druk ik op de knop voor een schutting. Ik hoor niks. Ik begin zelf maar te praten “Goedemiddag, mag ik ook geschut worden?” Plots kraakt daar een stem: “Elektra gaat open.” Jep. De sluisdeuren zijn maar aan een kant dicht en er staat een miniem hoogteverschil. Ik moet door slechts een klein stukje stroming te boksen, maar schijnbaar is het toch genoeg om de poort hier dicht te gooien. Waarschijnlijk is het water aan de kant van het Lauwersmeer te zout aan het worden door de aanhoudende droogte.

Op het Reitdiep, vlakbij Zoutkamp

Ik zet nu het tempo aan. De wind komt uit het noorden en dat is wat problematisch. Ik besluit een beetje onder de wal te gaan en dan maximaal gebruik te maken van de wind in mijn rug. Al snel komen de gekleurde huisjes van Zoutkamp in zicht. Mijn vriendin appt ook dat ze er zo’n beetje is. Het is rond 18:00. Ik hou niet van varen met deadlines, maar we hebben het goed afgestemd op elkaar.

Paling, anyone?

Zoutkamp

Ik kan Zoutkamp absoluut aanraden voor een kanokampeerder. Als je het wat wilder wil kan je het meer op, en vanaf het oude vissersstadje kan je veel kanten op voor toertochten in het marenlandschap wat ten noorden en ten oosten ligt. Het karakteristieke stadje ademt nog het avontuur van vroeger.

Ik sta die avond bij kanocamping ’t Ol Gat. Hier mag ik mijn tentje op het veld neerzetten tussen de wilgen. Die avond gaan we ook nog even pizza halen in de stad. Gewoon, omdat het kan.

Dag 3 – Friesland! De Lauwers en het Princes Margrietkanaal

Na nog een dagje luieren tussendoor zeggen vriendinlief en ik elkaar weer vaarwel en vaar ik Zoutkamp uit. Ik vaar eerst maar richting het Lauwersmeer. De wind staat op dat moment weer hard, met 5 á 6 Beaufort. Na de eerste bocht bij Zoutkamp zie ik het water briesen met witte strepen op het water. Het stukje wat ik over open water moet varen is niet bijster groot, maar door de betonning moet ik open en middendoor de hectiek varen. De wind en golven van in de zijkant maken me dit niet bepaald gemakkelijk, en ook ben ik maar in mijn eentje. Mede dat laatste besluit mij om een stukje terug te gaan en de sluis richting de Lauwers te nemen.

De sluis tussen Friesland en de buitenwereld.

De Lauwers is een oud riviertje wat zijn wilde kant heeft verloren bij het indammen van de Lauwerszee, en vormt nu de grens tussen Groningen en Friesland. Eenmaal door de Friesche Sluis vaar ik richting het zuiden. De wind nu in mijn rug, en enkel op te passen voor de brandende zon.

Op de Lauwers

Bij de oude schans van het dorpje Munnekezijl houd ik mijn eerste pauze. Eigenlijk meer om even af te koelen en het nodige water af te voeren. Eenmaal in het water ga ik door naar het zuiden. Ik trek langs een drietal dorpjes en kom enkele vrijwel verlaten campings tegen. Na de treinbrug (de lijn Groningen-Leeuwarden) kom ik wat mensen tegen: een aantal graafmachines zijn hier bezig de oevers te herstellen en te laten aflopen richting het water.

De favoriete treindienst van vriendinlief.

Ik zwaai even maar ik word ook een beetje somber van de eenzaamheid hier.

Waterhuishouding door middel van een windmolen.

Bij Gerkesklooster houd ik mijn tweede pauze. Hier staat een fabriek van FrieslandCampina, ongeveer even groot als het dorpje zelf. Uit een grote rioolbuis stroomt bruin water het kanaal in. Ik besluit maar niet erover in te zitten wat er hier gedumpt wordt.

Na de pauze kan ik het Princes-Margietkanaal op. Hier verandert het karakter van mijn tocht. Ik moet sterk rechts blijven varen, weg van de scheepvaart. Door de metalen kade is het soms een klotsbak. Een paar kleine bootjes kunnen op deze manier golven van alle kanten genereren. Grote boten kom ik gelukkig nog niet tegen. Ik ben ook hier wat huiverig voor de aanzuiging van een diep beladen boot, omdat er weinig ruimte is in de breedte van het kanaal.

Er staat nog steeds veel wind en op sommige stukken kan ik daadwerkelijk surfen op de korte golven van het kanaal. Een bizarre situatie, maar het schiet lekker op. Tot ik in een flauwe en nauwe bocht een diep beladen tanker spot. Shit. Ik peddel een stukje terug in een inham om eens goed te observeren wat zo’n boot doet in het kanaal. Ondertussen pak ik mijn telefoon en kijk eens goed op een AIS-website wat er nog meer komt. Een paar grote bootjes en daarna niks; pas bij Kootstertille weer een aantal schepen achter elkaar. Prima, dan even pauze. De boot komt langs en zuigt bijna een halve meter water uit mijn inhammetje. Vervolgens komt al het water weer terug en zorgt het voor een dikke woeling in de inham. Vieze troep komt bovendrijven en ik geloof het wel. Tijd om weer te gaan.

Bij Kootstertille spot ik de boten die ik al zag aankomen. De voorste is een containerschip en daarachter zit een LPG-tanker, lijkt het. Door wind en de kade hier ook weer een grote klotsbak. Achter mij zit ook een dikke boot, met zand of grind beladen. Ik besluit hier om ook weer een haventje in te duiken. Ik steek mijn duim op en wijs op zij naar de haven terwijl het voorste schip mij nadert. Dit is de beste manier waarop ik kan signaleren dat ik niet in zijn dode hoek ga varen. Ik wacht tot alle schepen weg zijn en duik hun golven in. Hier kan ik weer wat tempo maken.

Niet veel verderop merk ik dat de grote boot van eerder nog steeds achter me zit. Ik besluit deze keer door te varen, en hem me te laten passeren. Op papier een goed plan, echter zit vlak voor ons een draaibrug die hij moet passeren. Daarvoor moet hij wel strak langs de kant. Ik besluit hier direct na de brug af te zwaaien en hem voor te laten gaan. Sowieso lijkt het me niet echt slim om in het nauwe kanaal door te varen, want hij zit nog steeds dicht bij de wal. Ik hoop dat de brugwachter desnoods aan de boot kan laten weten waar ik uithang. Zou een marifoon ook nuttig zijn voor dit soort situaties?

Het Bergummermeer onderbreekt het Princes-Margrietkanaal. Hier zijn wat eilandjes te vinden waar kamperen toegestaan is, mits men met een boot komt.

Na een klein poosje kom ik op het Bergumermeer. Hier weet ik een legale “wildkampeerplek” te vinden van Marekrite. Maar ja, het waait. In het geringe stuk tot aan de kampeerplek, ik schat zo’n 500 meter, staan best dikke golven waar wat mee gedaan kan worden. Ik besluit daarom om eerst een stuk noordelijk te varen, tegen de golven in, en dan al surfend bij het punt te komen. Dit werkt prima, en ik deel mijn kampeerplek die avond voornamelijk met Canadese ganzen en Duitse toeristen, terwijl de wind gaat liggen.

Dag 4 – Dwars door Friesland heen

De volgende ochtend sta ik vroeg op: het is pas zes uur als ik mijn kano inpak. Het water is nu nog kalm en ik vermoed dat het wel rustig zal zijn op het water.

Ik wil eigenlijk proberen bij de Kluft uit te komen, een camping aan de grens van de Weerribben/Wieden. Dit is echter bijna 80 kilometer varen, en een stuk verder dan ik eerder heb gedaan. Zodra ik in het water zit en het Princes Margrietkanaal opdender blijkt dat rustige tegen te vallen: ik deel het water met beroepsvaart en de sportvisserij. Hier is het wat breder en ik heb eigenlijk voornamelijk last van de tweede categorie, omdat elke visser mij richting het midden van het kanaal stuurt, in het pad van de eerste categorie.

Containerschip op het Princes-Margrietkanaal. Een goede reden om rechts te blijven varen.

Sportvissers zijn overigens de meest haatdragende creaturen die je als kajakker tegenkomt. Als je geluk hebt zie je de dobber op tijd maar het komt voor dat je een verscholen visser pas op het allerlaatste moment ziet. Dit geldt meer en meer op een kanaal zoals het Princes Margrietkanaal waar je dicht onder de kant moet varen, en dus weinig zicht hebt en direct in elkaars ”vaarwater” zit. Opletten dus.

Dit zijn problemen die echter op te lossen zijn: De kajakker gaat even stil liggen, en de visser drukt zijn hengel even naar beneden of haalt deze op. Dit komt vrijwel nooit voor: telkens moet ik uitwijken. Dus: de kano stilleggen en in een boog om de hengel varen. Hier is de kajakker echter mee in overtreding! Als ik vraag of de hengel even kan worden weggehaald krijg ik commentaar, en bij eerdere tochten heb ik wel eens een haak in mijn haren of peddel gehad omdat de visser niet wakker was. Om je daaruit te bevrijden heb je als kajakker een duikmes bij je, maar ik maak liever niet andermans spullen kapot. Zeker niet als de visser, steevast een roodaangelopen en enigszins corpulente man van twee keer mijn leeftijd, agressief staat te blazen vanaf de kant. Enfin, een intermezzo. Onze mooie werelden zijn beter af zonder elkaar.

Ik kom die dag over de (eerste) Wide Ie, en het is nog maar een uur of negen. Een palingvisser inspecteert zijn netten nog en we knikken naar elkaar. Vanwege de harde wind vaar ik hier ook eerst even tegen de wind in, om vervolgens in een lange streep te surfen op de golven tot ik aan de overkant ben. Hier ook weer veel beroepsvaart, maar omdat het vrij breed is hebben we nauwelijks iets met elkaar te maken.

Waar is de zon?

Ik sla af richting de Alde Feanen en besluit, met een regenwolkje achter me aankomend, dat het tijd is voor een brunch. In de Alde Feanen is het druk met huursloepen, kano’s en bootjesmensen maar ik zit in een heerlijk comfortabele zeekano en heb geen last van de resulterende golven. Ik besluit aan te leggen bij Hotel Princenhof en vraag of ze al lunch serveren. Helaas niet, maar ze hebben wel tostis. Mooi, mag ik er ook twee en een pilsje? Gefronste wenkbrauwen, maar akkoord. Een van de meisjes komt apart een praatje maken. “Ben je echt met de kano?” Ja, inderdaad, met die blauwe.

Eenden zijn vrij tam in dit deel van de wereld, omdat ze vaak bijgevoerd worden.

Na te hebben genoten van een bord vol tosti’s en een koud biertje (wie drinkt er bier om 10 uur ’s ochtends?) ga ik over de hoofdvaart van de Feanen door. De zon komt door en ik neem een insmeerpauze. Mijn route gaat nu zuidelijk verder, over de Wide Ie (die andere, naast het Pikmeer) waar het druk is. Ik word een paar keer afgesneden door motorvaart maar kom goed het meer over bij de zeilschool, die nu goede zaken doet.

Bij Grou in de buurt

Dit deel van de vaart is vrij stedelijk. Nes en Akkrum passeren mij aan beide kanten  van de boeg en ik vaar door richting Joure.

Akkrum

Vanwege de wind en de drukte op het water kies ik hier een route door de sloten via de dorpjes Eagmaryp en broek. Hier weer veel boten, en in colonne varen we richting de sluis naar de Aldewei richting de Langwarder Wielen. Ik heb deze namen niet verzonnen. Hier heb ik voor het eerst echt moeite met de wind, en dus vaar ik zo dicht mogelijk onder de hoge wal. Ik doe weer een poging om in één streep over te steken richting het kanaal dat leidt naar het Tjeukemeer.

De Scharster Rijn, het kanaal dat ik volg tot aan het Tjeukemeer.

Op het kanaal slaat de verveling weer toe. Het is half vijf en ik ben moe aan het worden. Ik kom bijna geen hond tegen: enkel bij de brug van de A6 heeft een gezelschap de weg naar de bodem van de wijnfles gevonden en word ik vrolijk toegejuicht.

Op het Tjeukemeer is de wind al wat minder, maar ik zit ook aan de hoge wal. Ik heb te weinig water om wild te kamperen vannacht dus ik moet sowieso naar de camping aan de noordkant. Ik neem me voor om eerst te vragen of ik er mag staan, anders vul ik mijn water aan en ga ik staan op het eiland. Even goede vrienden.

Tjeukemeer.

Ik mag op de camping staan en ik kan gebruik maken van het restaurant waar ik me tegoed doe aan een pilsje en schnitzel. Het is een afgelegen plek en er staat verder niemand op de camping. Naar mijn naam wordt niet gevraagd en ik reken contant af.

Deze avond komt eigenlijk ook het besluit om de tocht af te breken.  Ondanks dat ik dacht dat ik dingen vrij goed achtergelaten had, bleek dat ik nog veel regelzaken had laten liggen en riskeerde dat ik niet kon beginnen met mijn scriptie. Verder mis ik mijn vriendin gewoon enorm. Op het water heb je oppervlakkig (pun intended) contact met mensen. Je zwaait even en vaart weer verder. Maar het echte contact verlies je. En juist als je het zo graag met anderen deelt is het pittig om in je eentje te zitten.

Dag 5 & 6 – De kop van Overijssel

De ochtend aan het Tjeukemeer.

Ik vertrek rond een uur of 10 vanuit de camping en trek het nu rustige meer over. Er zijn nauwelijks golven van betekenis meer, maar de zon brandt op mijn kop alsof ik door de Sahara trek. Via de Tsjonger of Kuunder en de Jonkersvaart zak ik af richting de rivier de Linde.

Bootjes!

Bij de sluis kom ik een enorme stoet elektrische boten en een zonneboot tegen en zelfs een fietskano! Het blijkt dat dit de colonne is van de Elfwegentocht, en de boten zijn op weg naar Friesland.

Onderdeel van de Elfwegencolonne.

In de sluis maak ik een praatje met een tweetal agenten die het hele gedoe hebben begeleid. Het lijkt erop dat er minder mensen mee zijn gegaan door het warme weer, dus ze mogen weer terug naar huis. Ze maken nog een foto voor me en we stuiven gemoedelijk de sluis uit.

Gespuis in de sluis, naast een politieboot!

Op de Linde ben ik echt in Overijssel. Al snel ben ik bij Ossenzijl in de buurt en kan ik richting de Kluft: het is pas een uur of twee in de middag.

Ossenzijl – Overijssel

Op de camping kan ik met de extra tijd en zon de was doen en alles in de zon laten hangen. Ik eet een beetje bij om wat kracht te krijgen. Plots spot ik een kleine ringslang voor mijn voeten! Heerlijk dat de natuur zo dichtbij is. Overigens zouden de (woel?)muizen mij die nacht uit mijn slaap houden, dus of die dichte natuur nou een voordeel is (…).

Later die middag komt een boot met daarop een Duitse jongerengroep van een kerkgenootschap aan. Leuke mensen die weinig lawaai produceren maar vooral genieten van het water. Mijn buurtjes op onderstaande foto.

Kampeerplek bij de Kluft.

Op de camping tref ik nog een man van 80 die met zijn 18-jarige dochter in een Canadees vaart. Een fantastisch gegeven, vind ik!

De volgende dag haal ik nog even wat leuks bij het bezoekerscentrum, en koers daarna zuidelijk door het oerwoud van Kalenberg.

Bekend gezicht voor iedere kanovaarder: de Weerribben.

Pad.

Hier veel kinderen die op schoolreisje zijn en met huurkano’s van links naar rechts stuiteren.

Kalenberg

Ik vaar door het dorpje Kalenberg zelf heen en ga daarna richting het dorp Nederland. Op die manier vaar ik toch nog door heel Nederland.

Nederland

De rest van mijn rit is niet opmerkelijk. De Beulakkerwijde en de Belterwijde zijn zo vlak als een spiegel. Een enkel bootje vaart op zeil. Het kan hier leuk spoken als het waait, maar de wind is nu niet meer aanwezig.

Zo rustig is het anders nooit.

Mijn tocht eindigt althans in Belt-Schutsloot. Een plek waar makkelijk een vervolg aan de tocht kan worden gemaakt. Misschien lukt het van de zomer om nog wat te varen of kan ik de tocht volgend jaar afmaken. Het fysieke aspect bleek echt mee te vallen. Sure, elke dag heb je wel wat kleine kwaaltjes. Een spier die wat stijf zit of kramp geeft. Toch viel het mee, met de kanttekening dat de snelheid van een volle boot eerder tussen de 6.5 en de 7 ligt en het echt moeite kost om 8 kilometer per uur vol te houden met alle bagage die ik mee had. Je vaart dus minder snel, maar neemt ook meer mee.

In totaal was de tocht zo’n 230 kilometer.

Verder Bericht

Vorige Bericht

3 Reacties

  1. Janny 7 augustus 2018

    Prachtige tocht en prachtig verwoord….
    Heel knap hoor! Mooi ook met die foto’s erbij!

  2. B.J. 8 augustus 2018

    Mooi verslag van een spannende tocht. Knap staaltje vakmanschap

  3. Willeke 8 augustus 2018

    Wat goed van jou Jeffrey en zo mooi verwoord!!!Ook mooie foto’s!
    Succes met de volgende ronde!

Laat een reactie achter

© 2020 Jeffrey Kajakt

Thema door Anders Norén